nl:archief2007:20071121_tussen_de_marowijne_en_de_corantijn

21.11.2007 Tussen De Marowijne en De Corantijn

     

Sinds ongeveer een jaar zijn wij, Marion en Gerrit Hoogebeen, wat nauwer betrokken geraakt bij het werk van Stichting Corantijn. Marion maakt wel al een behoorlijk aantal jaren wenskaarten voor de stichting, die ze vervolgens vol verve verkoopt. Gerrit komt in aanraking met het werk van de Stichting als er een oproep wordt gedaan mee te werken aan een actie voor rugzakken ten behoeve van schoolgaande kinderen in Suriname.
Het zaad is gezaaid en begint op dat moment langzaam te ontkiemen, zou je achteraf kunnen concluderen.
 
Enkele zeer inspirerende gesprekken, met Teus en Clara Anbeek en Rob Jansen, verder, doen ons besluiten om van onze zomervakantie in 2007 een soort werkvakantie te maken en wel in Suriname.
Suriname? Wat moet je daar nou? Kun je daar naar toe op vakantie dan?
Vele opmerkingen van niet begrijpende familieleden, vrienden en collega’s zijn ons deel. Wij zijn ons echter bewuster dan ooit van het feit, dat wij dit voor ons tot dan toe onbekende land, heel erg graag willen bezoeken, mede geïnspireerd door het goede en vele werk dat er hier in Nederland door Stichting Corantijn wordt gedaan. Je wilt gewoonweg zien waar alle verzamelde goederen naar toe gaan en of het op de plaats van bestemming komt.
 
De eerste zondag houden we voor onszelf. Eerst het kerkbezoek aan de Nieuw-Apostolische Kerk in de Weidestraat. We worden hartelijk ontvangen door broeder Post, de familie Lukas van het Natsj-huis en meerdere geloofsgenoten die allervriendelijkst de halve kerk doorwandelen om ons een hand te komen geven. De rest van de zondag verkennen wij Paramaribo.
 
Op maandag gaat onze ‘werk’vakantie dan echt van start. Wij ontmoeten voor het eerst onze steun en toeverlaat in Paramaribo, Saliema, directeur van de Mr. Huberstichting. Ze heeft een innemende glimlach en straalt één en al vriendelijkheid uit. In dit land echter kom je er met een vriendelijke glimlach niet. In de verhalen die we de komende dagen van haar zullen horen blijkt wel dat ze ook een harde onderhandelaar kan zijn en alles op alles zet voor ‘haar kinderen’ van de Mr. Huberstichting.
Ze leidt ons rond en laat zich gewillig fotograferen bij de nieuwe, door Stichting Corantijn gedoneerde, wasmachines. Belangeloos wordt ons de komende 2 dagen een busje met medewerkster Patricia als chauffeur ter beschikking gesteld.
Eerste reisdoel is Sanatan Dharm, een hinduïstisch kindertehuis met 98 kinderen uit gebroken gezinnen. We worden allervriendelijkst ontvangen en rondgeleid. Marion pakt haar notitieblok en begint gedreven de diverse wensen en behoeften te noteren. Opvallend is dat de vraag: “Waar heeft uw tehuis behoefte aan?”, niet zoveel oplevert. Weten ze niet waar ze moeten beginnen, of zijn er misschien helemaal geen behoeften? Of kan het zijn dat ze een beetje verlegen zijn met de situatie? We proberen een andere methodiek. We draaien de vraag om: “Heeft u misschien behoefte aan ........?”. Dat werkt al een stuk beter. We komen met deze vraagstelling al redelijk vlot tot de conclusie dat op elk van deze vragen eigenlijk standaard ja wordt geantwoord. En als we onze rondleiding voortzetten wordt ons ook wel duidelijk waarom. Er is gewoonweg gebrek aan alles. Marion komt bijna notitieblaadjes te kort. We overhandigen de directrice een klein cadeautje. Het is (kinder-)paracetamol en vitamine C. Is altijd veel behoefte aan. Het is een klein gebaar van onze kant.
 
Op naar het volgende tehuis. Patricia weet van wanten in het verkeer van Paramaribo. Tsjonge, jonge wat zet ze de sokken er in. Behendig ontwijkt ze kuilen en stuurt ze de grote bus zonder problemen in de richting van Nos Kasita. Hier bevinden zich 80 kinderen en er staan er 60 (!) op de wachtlijst. De ochtend dat wij de directrice de hand schudden, heeft ze een moeder, die haar twee kinderen uit pure wanhoop aan het kindertehuis aanbood, de deur gewezen. Hoe vreselijk en hartverscheurend dit ook is, ze kan het niet maken ten opzichte van de 60 kinderen die op de wachtlijst staan. Ze moet daarin hard zijn. Ze wil overigens terug naar een tehuis met 36 kinderen, want ze raakt wat op leeftijd en ziet de dag komen dat het niet meer gaat. Ook hier maakt Marion een uitgebreid lijstje met de wensen en behoeften.  Gerrit vergelijkt het lijstje van kinderhuis 1 met kinderhuis 2. Daar zit niet veel verschil in.
 
Het volgende project is het psychiatrisch centrum voor kinderen. We worden ontvangen door een Indisch-/Chinees ogende dame die er pas enkele weken werkt. Ze weet niet goed wat ze met deze onverwachte belangstelling aan moet. Als wij haar uitleggen wat de bedoeling is komt ze tot leven en begint aan een indrukwekkende rondleiding. Indrukwekkend in de zin dat de erbarmelijke omstandigheden waaronder de medewerkers hier moeten werken en de bewoners moeten wonen, eigenlijk door een pen niet te beschrijven zijn. Het gebouw staat voor de helft letterlijk op instorten. Dat gedeelte is gesloten. Het deel waar dan nog wel gewoond wordt ziet er echter niet veel beter uit. Als Gerrit op een gegeven moment incontinentie luiers in de tuin te drogen ziet hangen wordt het hem teveel. Deze luiers zijn al zo vaak gebruikt dat het bruin er niet meer uit te wassen is! Terwijl Gerrit zich met Patricia alvast naar de uitgang begeeft, schrijft Marion haar blokje weer vol. Gerrit denkt alleen maar: schrijf maar gewoon, zie gisteren.
 
Het is mooi geweest voor vandaag. Patricia brengt ons terug naar de Mr. Huberstichting waar we verslag uitbrengen aan Saliema. Op een gegeven moment komt er een gehandicapte jongen de kamer binnen die zich spontaan op Marion’s schoot nestelt. Hij zit vol leven en met een grote glimlach op zijn gezicht toont hij ons zijn opgeruimde karakter. Zijn nog jonge leven en korte geschiedenis is echter minder rooskleurig dan zijn glimlach ons laat vermoeden. Marion heeft enige dagen daarvoor een verhaal gelezen over een gehandicapte jongen die tijdens het weekendbezoek aan een gastgezin, ernstig seksueel is misbruikt. Na het weekend kwam tijdens een verschoningsbeurt aan het licht wat deze jongen was overkomen. Uiteraard werd er aangifte gedaan, maar zoals met alles in dit land is het allerminst zeker dat er enige actie tegen de misbruikers wordt ondernomen. Om moedeloos van te worden. De jongen uit het verhaal is deze spring in ’t veld op Marion’s schoot. Hij zit in een rolstoel maar kan met behulp van een looprek zelfstandig staan. Hij is razend vlug en heeft duidelijk een eigen willetje. Het uitstoten van wat klanken is het enige wat hij kan, maar begrijpen doe hij alles des te beter. Er worden wat foto’s gemaakt en ’s avonds bij het avondeten besluiten wij deze jongen te sponsoren. Hij moet een kans krijgen vinden wij.
 
Dennis Rust is een aimabele man maar straalt ook een zekere autoriteit uit. Hij is directeur van verzorgingshuis Huize Ashiana en wij kunnen ons voorstellen dat mensen luisteren als Dennis spreekt. Met hem valt niet te sollen en dat blijkt met name uit de vele verhalen die hij weet te vertellen. Voordat wij Dennis de hand schudden wachten wij even in een wat rommelige ruimte waar ook het secretariaat is gevestigd. Marion ontdekt plotseling een doos waar haar handschrift op staat. Het blijkt een KLM Kleding doos te zijn waar Marion spullen in heeft gestopt en van een duidelijke bestemmingstekst heeft voorzien. Die is dus uiteindelijk hier terecht gekomen. Een beter bewijs dat het systeem werkt en de verzonden spullen dus daadwerkelijk op plaats van bestemming aankomen kunnen wij eigenlijk niet krijgen. Ons hart is gerustgesteld. De rondleiding wordt efficiënt afgerond.
 
De taxirit terug naar ons guesthouse is een stille. Het gaat even duren voor we de indrukken hebben verwerkt. Ook hebben we de afgelopen paar dagen zo intensief geleefd en beleefd, dat het lijkt alsof we hier al enkele weken rondlopen. En we zijn er pas 4 dagen! Dit alles een plaatsje geven is wat ons te doen staat, maar eerst gaan we ook aan onszelf denken. Er staan wat leuke vakantietripjes op het programma.
 
Groeten,
 
Marion en Gerrit
Gemeente Amstelveen



Paginahulpmiddelen

Gebruikershulpmiddelen