nl:archief2011:20111120_media_de_ware_tijd

20.11.2011 Artikel in De Ware Tijd

Helpen is meer dan containers sturen
Tekst: Hugo den Boer
19/11/2011 De Ware Tijd

Een nieuwe zilverkleurige container is vorige week ontpakt, de vijfentwintigste in ruim 25 jaar tijd; een mijlpaal. Of de kleur toeval mocht zijn is niet bekend, want bij stichting Corantijn bestaat het geloof in de leiding van God en niet in toeval. De helpende hand blijkt echter meer dan alleen hulpgoederen sturen vanuit Nederland.

Bestuurslid Clara Anbeek vormt samen met haar man Teus een bevlogen echtpaar dat zich inzet om de goederen van gever tot ontvanger goed te begeleiden. Het jubileum van de 25ste container werd nog extra speciaal, omdat daarbij ook een container uitlaadmagazijn in gebruik werd genomen. “De stichting begon met het sturen van noodgoederen vlak na de Binnenlandse Oorlog. Het ging toen om één container per jaar, hoofdzakelijk kleding en voedselpakketten”, vertelt Anbeek. “De kleding en voedsel werd uitgedeeld in de verschillende gemeenten en hun omgeving. Hierna nam de vraag naar hulp snel toe. Het doel van Stichting Corantijn is om de leefomstandigheden van geloofsgenoten en de mensen om hen heen te verbeteren. We willen graag een steun in de rug bieden. Wij zijn een christelijke organisatie, maar onze ontvangers hoeven geen christenen te zijn.”

De vrijwilligers staan startklaar bij de 25ste container die net is geopend bij het nieuwe uitlaadmagazijn.

Container laden
“Voordat de container in Suriname aankomt, is er al heel wat werk en organisatie aan voorafgegaan. Nu sturen we jaarlijks drie containers. We hebben in Nederland een magazijn waar we iedere twee weken met een groep vrijwilligers bijeenkomen om ontvangen spullen te sorteren en te verpakken. Containertransport is duur, dus sorteren we alles uit zodat er geen rotzooi verstuurd wordt. Daar hebben de ontvangers ook niets aan. Het verpakken is met name handig bij de distributie in het binnenland als de goederen per boot worden vervoerd. Kleding wordt gesorteerd op bruikbaarheid. Een dikke wollen trui sturen we niet op, maar gaat naar een ander project in Oost-Europa waar het ’s winters stervenskoud kan zijn. Bij kleding en textiel wordt ook gecontroleerd op schoonheid en slijtage. Ook sturen we medische hulpgoederen zoals onder meer verbandmaterialen mee. Dan wordt gekeken naar de houdbaarheid. Ik ben zelf verpleegkundige en voel mij daarvoor verantwoordelijk. De medische hulpgoederen en incontinentiemateriaal krijgen we van particulieren, ziekenhuizen en thuiszorgorganisaties.”

Container lossen
De container komt na een tweeweekse zeereis in Suriname aan. Daar staat Rob Jansen van Stichting Kamaga klaar om de container in te klaren en uit te laden. Jansen is zeer ervaren in dit werk en werd vroeger in Nederland al Rob Container genoemd. Hij weet niet alleen containers effectief tot aan de nok toe te vullen, maar in Suriname ook zeer gedreven de spullen te lossen en te distribueren. Hierbij heeft hij een goed gevoel voor de noden. “We geven de spullen niet zomaar weg. Meubilair, incontinentiemateriaal en uniformen vinden hun weg naar de ziekenhuizen en sociale instellingen. Speciaal voor de Stoma Vereniging Suriname zijn er dit keer 46 dozen stomamateriaal meegestuurd. Textiel wordt veelal via bunkopuseri’s bij de mensen gebracht. We helpen niet door te geven, maar de mensen bewust te laten zijn dat ook deze goederen waarde hebben. De medische hulpgoederen komen uiteindelijk bij de ziekenhuizen en RGD’s terecht. Zij zijn er erg blij mee.

Samenwerken
Drie containers per jaar kosten enorm veel arbeid, geld en tijd. We worden daarbij geholpen door veel mensen aan beide zijden van de oceaan. Leuk om te vermelden is dat wij aan Nederlandse zijde als midden vijftigers de jonge broekies zijn tussen allemaal zeventigplussers, enthousiaste vrijwilligers die allemaal op de een of andere manier een band met Suriname hebben, omdat ze er zijn geweest en hebben gewerkt, of gewoon heel graag willen helpen. Aan Surinaamse zijde wordt het werk van de stichting ondersteund door onze evangelist Marc Lucas van de NAK en Rob Jansen van Stichting Kamaga. Zij zijn onze ogen en oren. Er is een intensief contact met ze door het jaar heen en als we elkaar treffen in Suriname is er een fijne samenwerking. Lucas gaat meestal wekelijks enkele malen het binnenland in, waardoor hij de noden en vragen goed kan peilen.

Helpen
Onze visie op helpen is ook verruimd. We proberen goederen te sturen waar mensen zelf om vragen. We hebben ook het NATSJ-huis in Paramaribo-Noord, een internaat waar we meisjes opvangen uit het binnenland die zodoende kunnen doorleren in de stad. De stichting heeft soms ook geld beschikbaar gesteld om zaken te kopen die we niet konden vinden. We zijn nu bezig met het verstrekken van microkredieten. Zo kunnen de mensen zelf een kleine onderneming opstarten, de een met een peperverwerkingsfabriek, de ander met een mobiele kapsalon. Momenteel zijn we ook, in samenwerking met het ministerie van Landbouw in Nederland, bezig met een pomtayer-project in Asigron. Inmiddels is er in het dorp ook een watertoren gebouwd. Ook het aidsprobleem wordt aangepakt. Op de RGD-post Welgelegen wordt het werk van zuster Selipa van Dams, die zorg draagt voor vrouwen en kinderen met hiv of aids, ondersteund. Zo ook Stichting Mijn Zorg.”

Financieel
De financiën vindt de stichting in Nederland voornamelijk bij de leden van de NAK. Er wordt een krant genaamd Mofokoranti uitgegeven met de activiteiten van de stichting en het verzoek om een algemene sponsoring te geven, of specifiek bepaalde projecten of personen financieel te adopteren. Zo hebben de voogdij-kinderen van de Mr. Huber Stichting persoonlijke donateurs.

De toekomst
We begonnen eerst schoorvoetend met één container en na een paar jaar van een tussenpauze komen er nu dus jaarlijks drie. We verwachtten dat de situatie nu wel zoetjes aan zou verbeteren in Suriname, maar we ervaren steeds meer noden. De laatste container is hierdoor nog niet verstuurd. En we hebben in onze opslag in Nederland nog voldoende voorraad om drie containers te sturen. Met de container ontlaadruimte in Wanica kunnen we de goederen na ontvangst zo nodig nog even opslaan. Voorheen moesten we vanwege het ontbreken van een opslagruimte de spullen binnen een week verspreiden. Dat was intensief en het lukte niet altijd. Nu hebben we de luxe dat we de spullen kunnen opslaan. Deze week kwam de vijfentwintigste, maar zeker niet de laatste, container aan.


Paginahulpmiddelen

Gebruikershulpmiddelen